Passie voor complexe dossiers, Recovery sharing, 100% no cure, no pay

Dwangakkoord: verplicht tot het accepteren van onredelijke kwijtingsvoorstellen?

Sinds 1 januari 2008 is de WSNP gewijzigd naar aanleiding van wetsvoorstel 29 942. Een van deze wijzigingen is dat artikel 287a Faillissementswet in het leven is geroepen, waarin staat bepaald dat de schuldenaar de rechtbank kan verzoeken om één of meerdere schuldeisers die weigert of weigeren mee te werken aan een aangeboden minnelijke schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze minnelijke schuldregeling. Kortom, er wordt verzocht om de minnelijk aangeboden schuldregeling  aan de betreffende schuldeiser middels een dwangakkoord op te leggen. In het verleden diende hiertoe nog een kort geding te worden opgestart, maar nu kan dit, gelijktijdig met het verzoek tot toelating tot de WSNP, middels een eenvoudig verzoekschrift worden gedaan.

Als dit dwangakkoord wordt toegewezen dan is de schuldeiser verplicht om genoegen te nemen met het aangeboden percentage en na voldoening daarvan, verkrijgt de schuldenaar kwijting voor het overige. Dit is gelijk te stellen aan de "schone lei"  na afloop van een geslaagd WSNP-traject. Kortom, een eventuele restschuld is niet meer rechtens afdwingbaar. Indien het dwangakkoord wordt afgewezen, komt er geen minnelijke schuldregeling tot stand. Dan is de schuldeiser uiteraard niet gehouden genoegen te nemen met het aangeboden percentage en staat de schuldenaar nog enkel een beroep op de WSNP  ten dienste of, niet onbelangrijk, algehele betaling!. De vraag doet zich uiteraard voor in welke gevallen het opleggen van een dwangakkoord gerechtvaardigd is en in welke gevallen niet. Hierover is veel geschreven en geprocedeerd. Een korte uiteenzetting volgt hieronder.

Uitgangspunt

Het uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van de vordering, vermeerderd met rente wordt voldaan. Stel dat het aangeboden percentage voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, dan heeft de schuldeiser aldus een belang om tot de weigering van de aangeboden regeling te komen. Dit lijkt ook een logisch uitgangspunt.

Echter, op elke hoofdregel is een uitzondering… want indien een schuldeiser een aangeboden percentage (lees: lager dan 100%) weigert, dan kan er sprake zijn van misbruik van recht indien de schuldeiser met zijn weigering de belangen van overige schuldeisers en de schuldenaar schaadt en de belangen van deze laatste(n) zwaarder wegen. Deze norm is in de rechtspraak ontwikkeld en sinds januari 2008 vastgelegd in artikel 287A van de Faillissementswet.

Indien een verzoek tot een dwangakkoord wordt ingediend, is het aan de rechter om de vraag te beantwoorden of de schuldeiser in de gegeven omstandigheden  in alle redelijkheid tot een afwijzing van het aangeboden akkoord heeft kunnen komen en of de schuldeiser een meer zwaarwegend belang heeft  ten opzichte van de belangen van de schuldenaar en/of de overige schuldeisers. De beantwoording van deze vraag dient van geval tot geval te worden bezien en het zal over het algemeen aankomen op een belangenafweging waarbij naar verschillende wegingsfactoren zal worden gekeken. De meest belangrijke wegingsfactoren zijn:

 Is het verzoek door een onafhankelijk deskundige getoetst?
 Is het voorstel goed gedocumenteerd en financieel transparant?
- Blijkt uit het voorstel duidelijk dat de schuldenaar zich een uiterste krachtsinspanning heeft
  getroost?
 Is duidelijk dat het alternatief (faillissement of WSNP) minder perspectief biedt?
 Is de schuldenaar te goeder trouw geweest bij het aangaan van de schulden?
- Is de schuldenaar al eerder een schuldregeling niet nagekomen?
 Hoe groot is het aandeel van de weigerende schuldeiser is ten opzichte van de overige schuldeisers?
- Hoeveel schuldeisers zijn niet akkoord met het aangeboden percentage?
- Staan de leeftijd, de medische situatie, de toekomstverwachtingen en de overig geschetste
  omstandigheden algehele betaling al dan niet in de weg? Ofwel, moet de schuldenaar gezien de
  geschetste omstandigheden redelijkerwijs in staat kunnen worden geacht om aan zijn/haar
  verplichtingen te kunnen voldoen?

Aan de hand van voormelde wegingsfactoren, welke overigens niet limitatief zijn, zal de rechter een oordeel moeten vormen over het ingediende verzoek, waarbij de belangen van de schuldenaar, gezien de gegeven omstandigheden, moeten worden afgewogen tegen de belangen van de weigerende schuldeiser(s) en de schuldeisers die wel akkoord zijn gegaan.

Het antwoord op de vraag of een rechter een verzoek tot dwangakkoord zal toewijzen valt eigenlijk nimmer met 100% zekerheid te geven, extremen daargelaten. Vanzelfsprekend valt er over het algemeen natuurlijk wel richting aan te geven. Gezien de diversiteit aan wegingsfactoren en de verschillende belangen die spelen, dient elk verzoek tot dwangakkoord van geval tot geval te worden bekeken. Pleitmeesters heeft jarenlange ervaring in deze materie en voor advies bent u bij Pleitmeesters aan het goede adres.

Wet normering buitengerechtelijke kosten... Lees meer

Adreswijziging per 1 mei 2019... Lees meer

Dwangakkoord: verplicht tot het accepteren van onredelijke kwijtingsvoorstellen?... Lees meer